Verslag van de themabijeenkomst 'Toegang tot de ouderenzorg', gehouden op 4 juni 2014 om 20.00 uur in het Schoonhovens College

De volgende raads-en raadscommissieleden zijn aanwezig: mevrouw A. van Buren-van der Heiden, de heer P.C. van den Dool, de heer M.K.W. van Gelder, de heer H. van Goor, me¬vrouw E.J. Jaspers, de heer S. Meij, de heer J.P. Neven, de heer M.J. Oudshoorn, de heer A. Poortman (plv.), mevrouw A.G.A. van Riet-Keulen, mevrouw B.M. Straver-van Leeuwen en de heer A. Struijs

Verder is wethouder M. Holst-Brink aanwezig

Voorzitter:         de heer P. Heerens
Griffier:              mevrouw P.A.M. Goedbloed

Verslag:            de heer J.W.A. van Hengel

1.       Opening
Blij met de mooie opkomst opent de voorzitter de bijeenkomst. Vervolgens noemt hij de organisaties die aanwezig zijn, en neemt hij het verloop van de bijeenkomst door. De bedoeling ervan is dat de aanwezige raads-en raadscommissieleden horen waar organisaties in de ouderenzorg tegenaan lopen en welke toekomstverwachtingen zij hebben.

2.       Inleiding door mevrouw J. Koudstaal (praktijkondersteunster bij de huisartsenpraktijk Van der Gaag en zelfstandig ergotherapeute)

Hieraan kan het volgende worden ontleend:

  • Een POH’ster is mbo geschoold en functioneert geprotocolleerd. Zij besteedt extra tijd aan voorlichting en leefstijlverandering en werkt met de module Kwetsbare ouderen.
  • De huisartsenpraktijk Van der Gaag heeft 6212 patiënten. 425 daarvan zijn ouder dan 75 jaar, maar wie is kwetsbaar? Zodra dat in kaart is gebracht, wordt een individueel zorgbehandelplan opgesteld. Samenwerking is daarbij erg belangrijk. Er wordt nu ook al samengewerkt, maar er moet nog meer langs kortere lijnen worden gecoördineerd.
  • Punten van aandacht voor de gemeente zijn de bezuinigingen op de reguliere dagopvang inclusief het vervoer, het teruglopend aantal logeerplekken, de verstrekking van medicaties, de mantelzorgondersteuning en de sociale teams in K5-verband.
  • Hoe vanaf 2015 de ouderenzorg wordt gefinancierd, is nog een raadsel. Achmea kon daarover geen uitsluitsel geven.

Op vragen gaat zij als volgt in:

  • Over wie daadwerkelijk coördineert, moeten nadere afspraken worden gemaakt, dit naar de heer Van den Dool.
  • Wat de sociale teams gaan doen, is nog onduidelijk, dit naar de heer Van Nes (Wmo-adviesraad).
  • Wie kwetsbaar is, wordt in onderlinge samenwerking in kaart gebracht.
  • De huisarts doet straks niet alles zelf meer, maar schakelt partners in, dit naar me¬vrouw Van Buren. Wel blijft hij huisbezoeken afleggen. Diabetes-en COPD-patiënten en ouderen worden minimaal eenmaal per jaar bezocht. Er gebeurt evenwel, anders dan misschien gedacht wordt, nu ook al het nodige.

3.       Inleiding door mevrouw W. Ooms (Buurtzorg Schoonhoven), bijgestaan door mevrouwA. de Groot

Deze kan als volgt worden samengevat:

  • Buurtzorg Schoonhoven is in december 2010 gestart.
  • Teams staan in de landelijke organisatie centraal. Teamleden doen al het werk dat er is. Daarom is werken binnen een team zo leuk.
  • Het team weerspiegelt de terugkeer van de vroegere wijkverpleegkundige. Het neemt gedurende het gehele zorgtraject de verantwoordelijkheid op zich en zoekt oplossingen dicht bij de zorgvrager.
  • Het borgen van iemands zelfredzaamheid, het geven van mantelzorgondersteuning en het inzetten van vrijwilligers zijn speerpunten. Daarnaast is gebleken dat patiënten vaak meer kunnen dan gedacht wordt. Knelpunten zijn het aantal logeerplekken, de opvang van een patiënt na een operatie en de dementerende ouderen. Wat Buurtzorg verder dwarszit, zijn de toenemende bureaucratie en regelgeving. De werkplekken betrekken bij besluitvorming en het geven van voorlichting in begrijpelijke taal zijn belangrijke aandachtspunten. Daarnaast houdt Buurtzorg de lijnen kort, zet het in op duidelijke aanspreekpunten en vindt het zichtbaarheid belangrijk.
  • Als gevolg van een bezuiniging stopt per 2015 de begeleiding van nabestaanden na een sterfgeval.

Op vragen gaan zij als volgt in:

  • Buurtzorg en Vierstroom onderscheiden zich door een andere wijze van organiseren, dit naar mevrouw Van Buren. Buurtzorg is gebouwd op zelfsturende teams, gevolgd door een regiocoach. Verder vormen bestaande teams nieuwe teams en kent Buurtzorg geen tussenliggende bestuurslagen. (Vierstroom zet inmiddels ook in op zelfsturende teams, vult mevrouw H. de Haan (cliëntadviseuse Vierstroom) aan.)
  • Buurtzorg onderzoekt inmiddels waaraan mantelzorgers behoefte hebben.
  • Met Familienet zijn goede ervaringen opgedaan, dit naar mevrouw Jaspers. (De SWOS kan helpen bij het regelen van mantelzorg, vult de heer De Mari aan.)

4.       De volgende inleider is de heer C. de Mari (voorzitter van de SWOS), naar eigen zeggen een man van weinig woorden.

Aan zijn inleiding kan het volgende worden ontleend:

  • De SWOS behartigt eenieders welzijn. Zij voorkomt daardoor zorg.
  • De vergrijzende babyboomers zijn een belangrijke bron, waaruit wordt geput. Alleen gaan babyboomers ook nog op vakantie.
  • De SWOS biedt met raad en daad mantelzorgondersteuning. De directe omgeving van een hulpbehoevende biedt doorgaans de daadwerkelijke mantelzorg. Het verrichten van klusjes, de maaltijdbezorging, bewegingsprogramma’s en het signalerend huisbezoek zijn andere activiteiten. Alleen moet worden gevreesd dat ook de SWOS vroeg of laat tegen haar grenzen oploopt. Een kruik te water barst op een zeker moment. Dan wordt het kind met het badwater weggegooid.
  • Omdat goede wil alleen onvoldoende is, blijft inkoop van professionele hulp noodzakelijk. Verder is het belangrijk om bij de kerntaak te blijven. De komende herindeling maant tot voorzichtigheid. Hiernaast is het belangrijk om alert te blijven op de hoeveelheid middelen en menskracht.
    Op vragen gaat hij als volgt in:
  • Op deelgebieden zoals de mantelzorgondersteuning zijn inmiddels intensieve contacten opgebouwd. De bundeling op Oranjeplaats biedt aanvullend hopelijk soelaas, dit naar de heer Van Nes.
  • Door de verhuizing naar Oranjeplaats beschikt de SWOS nu over meer ruimte. Wanneer evenwel straks de transitie en de preventie daadwerkelijk zijn doorgevoerd, kan wederom ruimtegebrek ontstaan, dit naar mevrouw Van Riet.
  • De SWOS ziet vooral daar waar mensen tussen de wal en het schip terecht dreigen te komen, taken voor zichzelf weggelegd, dit naar mevrouw Straver. Mensen moeten niet verzuipen. Daarom blijft waakzaamheid geboden.
  • Wie aanbellende klusjesmannen niet vertrouwt, moet de deur niet opendoen, dit naar mevrouw Van Buren. Doorgaans komt de SWOS eerst poolshoogte nemen. Verder moeten klusjesmannen zich kunnen legitimeren.

5.       De volgende inleidster, na een pauze, is mevrouw L. Vermeulen (directeur Thuiszorg, Zorgpartners).

Aan haar inleiding kan het volgende worden ontleend:

  • Meerdere ontwikkelingen – de komende sluiting van vierhonderd zorgplaatsen, de steeds grotere moeite die het kost, om sociale contacten op peil te houden, en een veranderend dagritme – zullen ertoe leiden dat eenzaamheid op de loer komt te liggen en dat het eigen huis een gevangenis wordt. De toenemende zorgvraag onder allochtonen is een andere ontwikkeling.
  • De dagopvang voor dementerenden, een centraal activiteitenoverzicht, het vervoer, een voldoende aanbod van vrijwilligers, mantelzorgondersteuning en het behouden van logeerplekken moeten de komende jaren de aandacht krijgen. (De SWOS kent al een centrale agenda, laat de heer De Mari weten.)

Op vragen gaat zij als volgt in:

  • Waar mogelijk blijven echtparen bij elkaar, dit naar mevrouw W. van der Zwan die refereert aan een tragisch voorbeeld van een dementerende oudere die naar Bergambacht werd overgeplaatst. Alleen verdwijnen de echtparenkamers. (Aanvullend schetst mevrouw De Haan het perspectief dat een achterblijvende oudere of niet meegaat of zelf zijn of haar kamer moet betalen.)

6.       De laatste inleidster is mevrouw L. Faaij (activiteitenbegeleidster Borchleen). Zij wordt bijgestaan door mevrouw E. Correljé (verzorgster Borchleen).

Hun inbreng kan als volgt worden samengevat:

  • Borchleen heeft 32 kwetsbare inwoners. Op termijn wordt het een volledig verpleeghuis. Anders dan misschien gedacht wordt, is het er niet altijd saai. Vaak is het gezellig. Goede zorg en een fijne smaak zijn belangrijke voorwaarden. De aanwezigen zouden eens twintig jaar vooruit moeten denken.
  • Een zinvolle tijdsbesteding is de centrale opdracht. Zo moet worden tegengegaan dat de bewoners toegeven aan hun slaapbehoefte. Een plezierig woon-en leefklimaat kunnen evenwel niet zonder de 42 zeer betrokken vrijwilligers van dit moment.
  • Gezelligheid, gewaardeerd worden, een luisterend oor en ertoe doen, zijn voor de bewoners belangrijke omstandigheden.
  • Borchleen biedt dementerenden een dagbesteding. De zwaarte van de zorg die zij moeten krijgen, moet niet worden onderschat. Zij hebben vooral behoefte aan structuur. Verder krijgen zij prikkels door het gebruik van materialen.
  • Omdat tijd en aandacht centraal moeten staan, zijn zeer betrokken vrijwilligers onmisbaar. Kun je evenwel werkzoekenden dwingen om dergelijk werk te verrichten? Enig inlevingsvermogen is wel wenselijk.
  • Steeds meer moeten doen binnen een context van steeds meer regels en voorschriften ontmoedigt op den duur.

Op vragen reageren zij als volgt:

  • Inzet van familieleden wordt toegejuicht, dit naar de heer Neven. Op dat punt is inmiddels een pilot uitgevoerd. Borchleen staat positief ertegenover.
  • Goede zorg wordt er vrijwel continu verleend, dit naar mevrouw Van Buren die vraagt wat goede zorg is. Alleen is de werkdruk inmiddels aardig toegenomen.
  • Familieleden en vrijwilligers zijn de meest directe mantelzorgers, ook dit naar mevrouw Van Buren. Ondersteuning is bedoeld om de mantelzorger te ontlasten.
  • Nu bij verpleeghuizen professionals worden wegbezuinigd, wordt het bieden van dagopvang steeds lastiger, dit naar mevrouw Straver. (Wel blijft de behoefte aan dagopvang vermoedelijk bestaan, ook al wordt die niet langer door de AWBZ gefinancierd, vult mevrouw Vermeulen hierop aan.)

7.       Wat verder ter tafel kwam

De heer R. van der Heide (COSBO), teleurgesteld over het uitblijven van enige reactie op oproepen om aandacht: Het verdwijnen van de respijtwoningen is eigenlijk schandalig. De politiek moet daaraan iets doen.

Wethouder Holst: Respijtwoningen blijven een lastige kwestie. Wat meespeelt, is dat op termijn Sola Gratia naar verwachting geen dagrond zorg meer biedt, dat het aantal woningen altijd te weinig zal blijken te zijn, dat de heringedeelde gemeente het gewenste aantal woningen moet vaststellen en dat het altijd onzeker blijft of alle beschikbare woningen ook daadwerkelijk bezet zijn. Het enige dat vaststaat, is dat de gemeente verantwoordelijk wordt. Dat elders woningen worden gerealiseerd, moet niet worden uitgesloten.

Wethouder Holst: Met het behoud van Sola Gratia is, terugkijkend, een enorme slag gemaakt, dit naar mevrouw Van Riet. Alle zorg is nu contractueel geregeld.

Wethouder Holst: De SWOS is voor de gemeente een belangrijke partner.

Wethouder Holst: Er moet niet onnodig worden gesomberd. Oranjeplaats en de Zilverstadlocatie zijn prachtige ontwikkelingen.

De heer Van Nes: Voor gehandicapte kinderen zijn logeerplekken belangrijk. De dreigende verdwijning daarvan is daarom, sociaal bezien, een grote fout. De gemeenteraad moet op dit punt de vinger aan de pols houden. De verdwijning is een gevolg van de gaandeweg veel te duur geworden logeerhuizen. De bezuiniging dwingt om na te denken over een nieuwe vorm van opvang.

Wethouder Holst: De gemeente is straks verantwoordelijk voor de dagopvang in velerlei gedaantes behalve voor wie een verpleeghuisindicatie heeft. Met elkaar voldoende opvang garanderen, de toegekende indicatie – deze bepaalt het aantal dagdelen – en de eigen bijdrage binnen wettelijke kaders zijn belangrijke randvoorwaarden. De raad moet, los van eenieders portemonnee, de opvang garanderen en daartoe slimme oplossingen zoeken.

De heer Van Nes: De belbus wordt naar verwachting in augustus operationeel. Wanneer de bus stilstaat, kan deze bij ander vervoer worden ingezet.

De heer Post: Wie daaraan behoefte heeft, kan contact opnemen met het meldpunt Zorg en overlast.

8.       Afsluiting

Sprekend van een zinvol bestede avond en blij met zowel de goede vertegenwoordiging vanuit de raad als de fijne opkomst vanuit de organisaties sluit de voorzitter de bijeenkomst. Hij bedankt de inleider en inleidsters voor hun indringende inleidingen.

Aldus vastgesteld,

de griffier,                          de voorzitter,